Wijn drinken doen we allemaal wel eens, maar wijn écht proeven is een heel andere ervaring. Misschien heb je wel eens in een restaurant gezeten waar de sommelier een heel verhaal vertelde over tonen van bramen, leder en vanille terwijl jij vooral gewoon 'rode wijn' proefde. Het goede nieuws is dat je geen vinoloog hoeft te zijn om meer uit je glas te halen. Met een paar simpele stappen leer je smaken herkennen en geniet je nog intenser van wat er in je glas zit. In dit artikel leggen we uit hoe je in vier stappen proeft als een pro.
Waarom is de kleur van de wijn belangrijk?
De eerste stap begint nog voordat je een slok neemt. Houd je glas eens bij de steel vast en houd het schuin tegen een witte achtergrond. Dit kan een tafellaken zijn of gewoon een wit velletje papier.
De kleur vertelt je namelijk al heel veel over wat je kunt verwachten. Bij rode wijn geldt vaak dat een lichte en doorzichtige kleur wijst op een lichtere wijn met rood fruit. Is de wijn diep paars of bijna zwart? Dan heb je waarschijnlijk te maken met een krachtpatser vol donker fruit en tannines. Ook de leeftijd kun je zien. Jonge rode wijnen zijn paars terwijl oudere wijnen meer richting bruin of baksteenrood verkleuren. Bij witte wijn werkt het net zo. Een bleke kleur wijst op een jonge en frisse wijn terwijl een goudgele kleur vaak duidt op houtrijping of een oudere oogst.
Waarom moet je wijn walsen?
Je hebt het vast wel eens iemand zien doen. Een beetje interessant draaien met het glas voordat ze ruiken. Dit noemen we walsen en het heeft een belangrijke functie.
Wijn is een levend product dat reageert op zuurstof. Door de wijn rustig rond te draaien in het glas komt er zuurstof bij de vloeistof. Hierdoor 'opent' de wijn zich. De aroma's die in de wijn opgesloten zitten komen vrij en stijgen op uit het glas. Als je ruikt aan een glas dat stilstaat ruik je vaak vrij weinig. Wals je het glas even en ruik je daarna nog een keer dan zul je merken dat de geur veel intenser en complexer is geworden.
Waar moet je op letten tijdens het ruiken?
Onze neus is ons belangrijkste instrument bij het proeven. We proeven namelijk voor een groot deel met onze neus en niet alleen met onze tong. Steek je neus dus diep in het glas en adem rustig in.
Probeer niet direct te zoeken naar moeilijke termen maar begin simpel. Ruik je fruit? En is dat dan rood fruit zoals aardbei of kersen of juist donker fruit zoals bramen? Misschien ruik je wel helemaal geen fruit maar juist kruiden, specerijen of hout. Er is hier geen goed of fout. Iedereen heeft andere associaties bij bepaalde geuren. Hoe vaker je bewust ruikt hoe meer verschillende geuren je zult gaan herkennen.
Hoe proef en beoordeel je de smaak?
Dan is het eindelijk tijd om een slok te nemen. Neem een klein slokje en laat de wijn even door je hele mond gaan. Sommige proevers slurpen hier een beetje bij. Dat ziet er misschien gek uit maar het zorgt ervoor dat er lucht bij de wijn komt waardoor de smaken nog beter vrijkomen.
Let in je mond op de structuur van de wijn. Voelt de wijn strak en fris aan door de zuren? Of is hij juist zacht en filmend? Bij rode wijn voel je vaak een stroef gevoel op je tanden of tandvlees. Dit zijn de tannines. Tannines komen van de schillen en pitten van de druif en zorgen ervoor dat een wijn langer houdbaar is.
Tot slot let je op de afdronk. Dit is de smaak die blijft hangen nadat je de wijn hebt doorgeslikt. Bij een eenvoudige wijn is de smaak vaak snel weg. Bij een kwaliteitswijn blijf je de smaken soms wel minutenlang proeven. Hoe langer de afdronk is hoe complexer en beter de wijn vaak is.
Oefening baart kunst
Het belangrijkste advies is om vooral veel te oefenen. Probeer de volgende keer dat je een fles openmaakt eens bewust deze stappen te doorlopen. Je zult merken dat je steeds meer nuances gaat ontdekken en dat je eigen smaak zich ontwikkelt. Wijnkennis is geen exacte wetenschap maar vooral een kwestie van doen en genieten.